Saint Agur.

Land van herkomst: Frankrijk

Reist u met ons mee af naar de binnenlanden van Frankrijk? De Auvergne om precies te zijn. Daar vinden we namelijk niet alleen de oorsprong van de Bleu d’Auvergne, maar ook de roots van de Saint Agur. Beide zijn twee zeer bekende Franse blauwe kazen. Beiden zijn gemaakt van gepasteuriseerde koemelk, die ervoor zorgt dat de kazen net wat minder pittig zijn dan bijvoorbeeld de Roquefort. En beiden kennen dezelfde smeerbare textuur. Toch zorgt de smaak in dit geval voor een wezenlijk verschil. 

Het is niet perse de bereidingswijze van de Saint Agur die zorgt voor een heel andere smaak dan de andere blauwe kazen. Daarvoor dienen we toch echt het rijpingsproces onder de loep te nemen. Na de rijping in een klimaatgestuurde ruimte – zoals alle andere blauwaders – rijpt de Saint Agur namelijk nog een tijdje door in een paraffine bad. In dit mengsel – dat zich overigens niet mengt met de kaas – wordt de kaas voorzien van een soort coating. Het vocht blijft hierdoor in de kaas zitten en dat is nu precies wat deze kaas zo lekker smeuïg maakt.

Niet voor niets staat de Saint Agur ook wel bekend als ‘boterkaas’. Doordat de kaas voor 60% uit botervet bestaat, verkrijgt deze namelijk een smeerbare textuur en ervaart u een zeer fris en romig mondgevoel. Daarnaast is de kaas uiterst geschikt voor vegetariërs, doordat er na het pasteurisatieproces vegetarisch stremsel aan het custard-achtige mengsel wordt toegevoegd. Slechts 300 kaasboeren beheersen de kunst om deze kaas te maken. De Saint Agur is dan ook nog relatief jong, want pas in 1988 werd deze voor het eerst geproduceerd.

De smaak van de Saint Agur neigt naar pittige noten, maar ook zeer smeuïge uitgesproken tinten van room. Behalve als ‘topping’ in de kaasfondue, hoort deze kaas eigenlijk gewoon thuis op de kaasplank. Of dat nu tijdens een borrel is of na een diner, laat deze kaas in ieder geval gepaard gaan met een mooi glas wijn.

Roquefort

Basajo